Sprekers

Sprekers

03f7c2c

Cees-Jan Pen

Dr. Cees-Jan Pen (1972) is oud-bestuurlid (1994) van GeoPromotion en in 1996 als economisch planoloog op werklocaties afgestudeerd aan de Faculteit der Ruimtelijke Wetenschappen en in 2002 gepromoveerd bij professor Pellenbarg aan dezelfde faculteit. Zijn proefschrift had als titel ‘Wat beweegt bedrijven; besluitvormingprocessen binnen recent verplaatste bedrijven’. Na zijn promotie is hij twee jaar werkzaam geweest bij BUREAU DE LIJN in Amsterdam, waarna hij vier jaar senior adviseur EZ was bij de gemeente Zaanstad. Eind 2007 maakte Cees-Jan als programmaleider Onderzoek de overstap naar toenmalig Nicis Institute, nu Platform31. Van 2006-2010 was hij tevens raadslid in Haarlem en van 2010-2012 was hij extern lid van de rekenkamercommissie in Haarlemmermeer. Sinds 2012 combineert hij zijn baan bij Platform31 met zijn lectoraat Brainport bij Fontys Hogescholen. Per 2015 is hij full time lector Brainport bij Fontys Hogescholen. Cees-Jan is samen met Inge woonachtig in Voorschoten en heeft 3 zoons: Mats (6), Floris (3) en Emiel (1).

Het thema Reinventing the City raakt de kern waar het lectoraat Brainport mee bezig is. Essentieel is dat de vastgoedsector moet verduurzamen en uit de ouderwetse reflex moet geraken van bouwen, bouwen, bouwen liefst in het weiland. Naast verduurzamen heeft de sector in zijn ogen dringend gezond verstand nodig. We beschikken over zoveel lege en onderbenutte gebouwen en locaties dat we veel meer ons best moeten doen deze een nieuwe functie of programma te geven. Op 3-1-2016 stelt de Rijksbouwmeester terecht ‘Nederland is niet vol, Nederland is leeg’. Zelf vind ik de typering van Yves de Boer zijn bedrijventerreinvisie voor Noord-Brabant ook mooi gekozen: ‘van meer naar anders’.

0f7efd2

Friso de Zeeuw

Prof. Mr. Friso de Zeeuw (1952) is praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft sinds 2006. Daarnaast is hij sinds 1998 directeur Nieuwe Markten bij BPD, de grootste projectontwikkelaar van Nederland. Bovendien vervult Friso tal van nevenfuncties. Eerder was hij gedeputeerde van de provincie Noord-Holland (PvdA), senior adviseur bij Berenschot, wethouder van de gemeente Monnickendam, beleidsadviseur bij de gemeente Amsterdam en jurist bij een stedenbouwkundig Bureau.
De Zeeuw vindt de combinatie van werk, hobby’s en bijbehorende netwerken inspirerend en motiverend. Zijn eigenwijze echtgenote, een aantal vrienden en een stevig relativeringsvermogen maken volgens hem het leven dragelijk. De interesse van Friso ligt primair op het vlak van ruimtelijke inrichting en de rol van markt en overheid daarin. Verder koestert hij onder meer belangstelling voor politiek, infrastructuur, (Duitse) geschiedenis en Nederlandstalige lichte muziek. Als er wordt gesproken over transformatie en herbestemming van steden wordt vaak de nadruk gelegd op het verdichten van steden. Friso de Zeeuw stelt echter dat we het grondgebruik kritisch moeten bekijken. In sommige gevallen is verdunning van de bebouwing gunstiger dan verdichting. Ook zal de heer de Zeeuw gaan spreken over het ‘ouwehoercircuit’ zoals de Agenda Stad. Hij benadrukt dat stadsbesturen zelf met een visie en daadkracht stedelijke vraagstukken te lijf moeten gaan. ‘Citydeals’ en ‘gezamenlijke teams’ om plannen van steden uit te werken zijn te overdreven. Steden kunnen 90% van deze voorstellen met hun eigen publieke, private en maatschappelijke partners uitwerken en realiseren. Daar hebben ze de Agenda Stad van de Rijksoverheid helemaal niet voor nodig!

164bda4

Jeroen de Willigen

Jeroen de Willigen (1968) is Stadsbouwmeester van de gemeente Groningen en hij leidt daarnaast architectenbureau De Zwarte Hond. De Willigen begon zijn carrière als stedenbouwkundig ontwerper bij West8 Urban Design & Landscape Architecture. Na enkele jaren ging hij bij De Zwarte Hond aan de slag, toentertijd nog Karelse Van der Meer Architecten. Sinds 2002 is hij algemeen directeur van het bureau voor stedenbouw en architectuur dat vestigingen heeft in Rotterdam, Groningen en Keulen.
De kwaliteit van de stad wordt steeds belangrijker als stimulator voor sociaal-maatschappelijke en economische ontwikkeling. De stad is een nogal duur ding, elke vierkante kilometer stad kost ongeveer 5 miljard euro. Alle redenen dus om uiterst omzichtig met de stad om te gaan. Alle beschikbare kennis en technieken die ons kunnen helpen zijn welkom. Vaak echter wordt het toepassen van nieuwe technieken en kennis verward met het radicaal veranderen en aanpassen van de stad en haar architectuur. De Willigen is van mening dat de stad daarom niet moet worden aangepast aan de techniek, maar de techniek moet worden aangepast aan de stad. Daarmee wordt de continuïteit, zowel in ruimtelijke zin als in tijd gewaarborgd. In de praktijk gebeurt dit vaak, want de stad is trager dan de snelheid waarmee de techniek zich ontwikkelt. Nog geen twintig jaar geleden dachten wij dat de toekomst zonder fossiele brandstoffen zou betekenen dat we een radicaal nieuwe collectieve infrastructuur nodig hadden om ons te verplaatsen. Nu lijkt het erop dat we ons over een paar jaar met zelfsturende elektrische auto’s, prima uitstootloos door de stad kunnen laten vervoeren, gewoon over de bestaande wegen en straten. Nieuwe technieken en inzichten kunnen worden gebruikt om het bestaande te verbeteren. Niet elke vernieuwing hoeft te leiden tot de vaak ten onrechte geroemde paradigma-shifts, kantelende organisaties en de daarbij horende fremd-körperliche ruimtelijke expressies. Er moet juist worden gekozen voor zorgvuldige en precies gedefinieerde ruimtelijke interventies die bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving van haar bewoners en welzijn, kennis en economische ontwikkeling stimuleren.

3992bbe

Guido Kuijer

Mijn naam is Guido Kuijer. Ik ben werkzaam als Senior Projectadviseur bij het Kadaster en als beleidsadviseur bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en ben lid geweest van de commissie stedelijke herverkaveling. Voor mijn tijd bij het Kadaster heb ik als onderzoeker en docent gewerkt aan Wageningen Universiteit en Alterra.
Vanuit mijn positie bij het Kadaster begeef ik me op het snijvlak kennis en kunde van het Kadaster enerzijds en vastgoed- en ruimtelijke vraagstukken anderzijds. Ik adviseer publieke en private partijen bij gebiedsopgaven Kadastrale gegevens kunnen gebruiken maar ook hoe zij om kunnen gaan met het thema ‘rechtszekerheid’. Het Kadaster heeft immers de taak om de rechten tav onroerende zaken van een ieder te waarborgen.
In dagelijkse praktijk ben ik betrokken bij een scala aan ruimtelijke opgaven. Hierbij ligt de focus op de toepassing van stedelijke herverkaveling, een nieuw privaat rechtelijk instrument dat behulpzaam kan zijn bij de transformatie van onze steden. Stedelijke herverkaveling betekent zoveel als het herschikken van bestaande eigendomsverhoudingen om een gewenste ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken. De thema’s ruimtelijke ordening (gebiedsontwikkeling) en eigendom zijn dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden, het succes van menig project staat of valt met het vinden van de balans tussen deze twee elementen.
Als gevolg van sociale, demografische en economische ontwikkelingen is in toenemende mate een ‘mismatch’ ontstaan tussen eigendom het (on)gebruik ervan. De (publieke) behoefte om vervolgens vanuit de ruimtelijke ordening in te grijpen om deze mismatch te corrigeren, verloopt vaak moeizaam.
Tegelijkertijd is een verandering waarneembaar in de manier waarop gebiedsontwikkeling zich voltrekt. In toenemende mate vragen lokale initiatieven om de middelen om gebiedsontwikkeling zelf vorm te geven. Niet langer is gebiedsontwikkeling het vanzelfsprekende domein van de overheid en grote marktpartijen, maar juist in binnen stedelijke settingen bruist het van lokale initiatieven om tot gebiedsontwikkeling te komen. Dit vergt veel adaptatie vanuit de bestaande praktijk, flexibilisering van regelgeving, nieuwe verdienmodellen etc. zijn voorbeelden van deze veranderingen.
Deze ‘reinventing of the city’ zal ik tijdens de bijeenkomst van 4 maart vanuit het perspectief van het eigendom beschouwing, door aan de hand van actuele praktijkvoorbeeld van stedelijke herverkaveling in Nederland te laten zien hoe via het herschikken van het eigendom lokale initiatieven letterlijk en figuurlijk ruimte krijgen.

Comments are closed.